IJsduivels

Tegenover de IJsheiligen staan de IJsduivels. Hiermee wordt de periode 28 oktober tot 2 november bedoeld. Waar de IJsduivels vandaan komen is niet geheel duidelijk, maar het kan te maken hebben met de donkere winterperiode. De Middeleeuwer was bijzonder bijgelovig en meende dat bos en veld 's nachts werd bevolkt door demonen. Voorbeelden zijn de nachtelijke mistflarden die tussen de bomen door kronkelen en beschenen worden door de maan werden als beangstigend beschouwd. Met het ruisen van de wind door het gras leek het net of de Witte Wiev'n met onzichtbare seizen het gras maaiden, voeg daarbij de roep van een verre uil, het krakende vallen van een tak en het ritselen van een muis en het winterse spookslot is kompleet.
Juist met de IJsduivels wordt dan het begin van de donkere wintertijd ingeluid en de eerste serieuze vorst kan vanaf heden verwacht worden. Na de IJsheiligen kunnen de éénjarige planten naar buiten en voor de IJsduivels moeten ze weer naar binnen.